Je communicatieteam werkt aan een wervingscampagne. Voor het beeld gebruikt een collega AI: een sfeervolle foto van een kantoor dat niet echt bestaat. Mooi resultaat. Maar dan stelt iemand de vraag: moet hier eigenlijk een label bij?
Als communicatieadviseur is dit precies het moment waarop jij het antwoord moet weten. Niet alleen voor dit ene beeld, maar ook voor de volgende campagne, het communicatieplan dat je volgende maand oplevert, en het gesprek dat je vroeg of laat voert met je opdrachtgever of bestuurder.
Wat is er veranderd, en waarom is dit jouw onderwerp?
De AI-verordening stelt Europese regels aan het gebruik van kunstmatige intelligentie. Het uitgangspunt: mensen moeten kunnen herkennen wanneer ze met AI te maken hebben.
Dit is geen juridisch vraagstuk dat je doorschuift naar de jurist. Het gaat over de content die jij adviseert, beoordeelt en goedkeurt. Over campagnes die jij begeleidt. Over de betrouwbaarheid van de organisatie waar jij de communicatie voor verzorgt. Precies daarom ben jij degene die dit op de agenda zet, ook als niemand ernaar vraagt.
Sinds 2 augustus 2026 gelden de transparantieregels uit de Europese AI-verordening. Voor communicatieprofessionals in de publieke sector is dit geen onderwerp om af te wachten, het is iets om proactief op te pakken.
Wanneer moet je AI-content labelen, en wanneer niet?
Twee situaties zijn belangrijk voor communicatiewerk. De eerste is een deepfake: content die een bestaand persoon, gebouw of gebeurtenis nabootst en daardoor echt lijkt, zoals een AI-foto van het echte gemeentehuis. Zo’n beeld label je altijd als AI-gegenereerd.
De tweede is een tekst over een onderwerp van algemeen belang die grotendeels door AI is geschreven, zonder dat iemand die inhoudelijk heeft gecontroleerd. Schrijf je zelf met AI een concept en werk je dat om tot een tekst waar jij achter staat? Dan is die controle er, en hoef je niet te labelen.
En het kantoorbeeld uit de opening? Dat beeldt niets bestaands na en valt dus buiten de labelplicht.
Doet mijn AI-tool dit eigenlijk al zelf?
Misschien vraag je je af: zijn de grote AI-partijen hier al mee bezig, ook zonder dat ik er iets voor hoef te doen? Het antwoord is ja.
- Anthropic voegt sinds 2 augustus 2026 een onzichtbaar watermerk toe aan tekst die Claude schrijft.
- OpenAI doet hetzelfde al bij beeld en werkt dit uit naar tekst.
- Google labelt tekst, beeld en video al binnen Gemini.
- Microsoft Copilot draait op meerdere modellen tegelijk, dus welk watermerk je krijgt hangt af van welk model op dat moment jouw tekst genereert.
Dat onzichtbare watermerk is anders dan de zichtbare labels die je bij AI-content zelf plaatst. Het watermerk is voor machines, niet voor je publiek: het laat alleen zien dat een tekst door AI is verwerkt. Of die tekst een zichtbare vermelding nodig heeft, en of iemand hem inhoudelijk heeft gecontroleerd of aangepast, blijft een afweging die je zelf maakt.
Wat dit betekent voor je adviesrol
Voor een overheidsorganisatie ligt de lat vaak hoger dan de wet vereist. Burgers moeten kunnen vertrouwen op wat een gemeente of ministerie naar buiten brengt. Ook als het juridisch geen deepfake is, kan dat vertrouwen beschadigen. Zoals ook uit het gesprek met communicatieadviseur Esther Loor blijkt: AI kan veel werk uit handen nemen, maar de menselijke blik op wat je publiceert blijft onmisbaar.
Breng dit onderwerp daarom in bij de briefing van een nieuwe campagne. Leg in je communicatieplan vast hoe je organisatie omgaat met AI-gebruik in content, welke middelen worden ingezet, wie AI-tekst inhoudelijk controleert, en hoe zorgen jullie dat beeld dat op bestaande personen of locaties lijkt correct gelabeld wordt? Dat is geen bureaucratische aanvulling, maar goed opdrachtgeverschap.
Twijfel je of een uiting onder de regels valt? Bespreek dit dan met een jurist of privacyadviseur binnen je organisatie. Zie ook wat we eerder schreven over privacy en dataveiligheid bij AI-gebruik.
Zo neem je je team mee
Het helpt om dit onderdeel te maken van je bestaande werkproces. Als adviseur ben je de aangewezen persoon om dat te organiseren.
In de briefing
Bespreek vooraf: beeldt dit iets of iemand bestaands na, en is er een moment gepland waarop iemand de AI-tekst controleert? Door dit vroeg te bespreken, voorkom je dat het aan het eind van een traject ineens een probleem wordt.
Tijdens de productie
Spreek af wie het label toevoegt als dat nodig is, en hoe dat er visueel uitziet zonder dat het je ontwerp verstoort.
Bij de eindcontrole
Maak het een vaste vraag voor livegang: staat er AI-content in die gelabeld moet worden, en is dat gebeurd? Wijs ook vast aan wie deze check uitvoert, zodat het geen lastminute-klus wordt.
Het gaat uiteindelijk niet alleen om naleving
De AI-verordening geeft een ondergrens. De échte vraag is hoe jij wilt werken met AI, zodat mensen je organisatie kunnen blijven vertrouwen. Transparantie is dan een keuze, geen afvinklijst.
Loop je in de praktijk tegen een twijfelgeval aan, zoals dat kantoorbeeld uit het begin van dit artikel? Daar gaan we met vakgenoten dieper op in tijdens de kennissessies van Studio UMON, onze trainingstak.
In het kort
Labelen moet: bij een AI-beeld of -video van iets of iemand die echt bestaat, en bij AI-tekst over een publiek onderwerp zonder menselijke controle. Labelen hoeft niet: bij volledig verzonnen beeld, of bij tekst die je zelf hebt herschreven en gecontroleerd. Labelen is soms sowieso slim: ook zonder wettelijke plicht bouwt openheid over AI-gebruik vertrouwen op bij je publiek.
Bronnen
- Europese Commissie: Richtsnoeren transparantieverplichtingen artikel 50 AI-verordening (20 juli 2026)
- Europese Commissie: Veelgestelde vragen over de transparantieverplichtingen van artikel 50
- Rijksoverheid, Digitale Overheid: AI-verordening
- Europese Commissie: AI Act, algemeen overzicht
- Autoriteit Persoonsgegevens: Toezicht op AI wordt concreet: sleutelrol voor de AP en de RDI